Brief aan de rechter

09/10/2020

Geachte meneer, mevrouw de rechter,

De officier van justitie heeft mij verzocht hier voor u te verschijnen.
 Bij wijze van toeval ben ik terecht gekomen in uw steekproef van zeven, uit de ongeveer 230 XR-demonstranten die in oktober vorig jaar zijn aangehouden.
Ik sta hier dus min of meer als proefkonijn.
Het moge duidelijk zijn dat hier vandaag niet alleen ikzelf en de 6 anderen maar in feite een hele beweging terecht staat, namelijk: Extinction Rebellion Nederland.
Dat betekent niet alleen dat een juridisch oordeel vandaag meteen ook een politiek oordeel is, maar ook dat ik als aangeklaagde uitgenodigd word om de strijd zoals wij van Extinction Rebellion die voeren, hier op deze plek voort te zetten.
U zult bekend zijn met het feit dat gearresteerd worden een bewuste strategie van ons is, en dat wij zogezegd niet naïef zijn op dit punt. Voor mij betekent het dat ik de uitnodiging graag aanneem om u te laten zien hoeveel de klimaatstrijd ons waard is.

Ja, ik zat in de blokkade van Extinction Rebellion. En ja, we werden opgepakt. Verplaatst naar Amsterdam-Zuidoost. Eerst met z’n allen, zo’n vijftig mensen, urenlang in een soort garage-kooi. Daarna het verhoor. En toen zo’n 6 uur in een cel. Eerst met z’n tweeën. Daarna alleen. Klinkt niet leuk. En toch was het een van de mooiste dagen van m’n leven. Dat lijkt misschien vreemd, en toch is het waar. De zelfbeheersing, rust en gelatenheid waarmee we, toen op die zaterdag 12 oktober, een jaar geleden, toen we met z’n allen, alle vijftig in die kooi, urenlang geduldig zaten te wachten totdat we eindelijk één-voor-één verhoord werden, die zal ik niet gauw vergeten. Zonder dat er een woord gewisseld werd, was er een spontane verstandhouding tussen al die vijftig mensen: wat er ook gebeurt, we laten ons niet verleiden tot haatgevoelens, we accepteren de wet en blijven solidair.

Maar nu terug naar de realiteit van vandaag.
De hamvraag lijkt me deze te zijn:
Wel, beste mensen van Extinction Rebellion, het klimaat gaat niet alleen jullie, maar ons allen aan. Ieder weldenkend mens in Nederland maakt zich zorgen. Echt niet alleen jullie. Jullie moeten niet denken dat jullie het alleenrecht hebben op deze zorgen. Het punt dat jullie willen maken is allang duidelijk. Maar in een democratie heb je steeds meerdere meningen die op elkaar botsen. Er is geen enkele reden om dan maar eigen rechter te gaan spelen, zomaar de gebruikelijke democratische spelregels van ons land aan je laars te lappen en met veel bombarie de openbare orde te verstoren. Bovendien: het is in strijd met de wet.
Kortom: Extinction Rebellion mag dan geweldloos opereren, haar blokkades zijn hoe dan ook een inbreuk op de democratische rechtsorde.

Dit klinkt allemaal best redelijk. En dat zou het misschien ook zijn als we in een wereld zouden leven waarin onze leefgewoontes, onze vaste leef- en denkpatronen houvast zouden bieden voor een toekomst die we met vertrouwen tegemoet zouden kunnen zien. Maar daarin gelooft haast niemand meer in. Zo onheilspellend is de toekomst eruit gaan zien.
De continuïteit tussen nu en 10 jaar verder, die is weg. Nu hoor je veeleer dit: geniet nu maar, zolang het nog kan, want straks kan het niet meer; teveel nadenken, daar word je alleen maar depressief van.
Kortom, de kortzichtigheid als reddingsboei. Het huidige tijdsgewricht oogt chaotisch. De wereld ligt met zichzelf overhoop. En niemand die schijnt te weten waar je een uitweg kan vinden.
Wat er op ons afkomt lijkt op het eerste gezicht te bestaan uit losse, op zichzelf staande fenomenen; maar ze hebben allemaal met het klimaat te maken.
Dat geldt ook voor Corona!
De uitlatingen van prominente Nederlanse virologen (Marion Koopmans, Ron Fouchier en Ben van der Zeijst) zijn opvallend eensluidend: de pandemie zit ingebakken in onze manier van leven.
Zomaar een opsomming: het op elkaar gehoopt leven in steeds grotere steden, de schade die we toebrengen aan ecosystemen, de expansie van landbouwgebieden, intensieve veehouderij, onze reisdrift, onze handel in wilde dieren, de wereldwijde handel.

Laat er geen misverstand over hun ongenoegen:

Al ruim 10 jaar hebben we ervoor gewaarschuwd; maar dat werd steeds laconiek weggewuifd als hobby-gedoe van virologen; de pandemie die we nu hebben, die is niet toevallig komen aanwaaien. En we zijn er nog lang niet van af.

Tot zover de virologen.
En wat doet de regering? Ze praat steeds maar over hoe we samen het virus eronder krijgen. Maar geen woord over de structurele problemen die zo’n pandemie mogelijk maken.
Nog steeds niet! Terwijl een kind kan begrijpen dat een vaccin geen oplossing meer is, zo gauw het virus gaat muteren
Je kunt er niet om heen: de pandemie is een van de vele uitingsvormen van de klimaatcrisis.
Het klimaat laat zich niet in een hokje stoppen. Het verschijnt als een veelkoppig monster, steeds daar waar je het niet verwacht en in ’n gedaante die ogenschijnlijk niks met klimaat te maken heeft. Daarom is het beter om hier te spreken over een existentiële crisis.
Een crisis die alle facetten van ons bestaan raakt en door elkaar gooit.
De aarde die steeds een probleemloos, vanzelfsprekend decor was, is in korte tijd veranderd in een grillig beest dat wild geworden is.

De zonnige kant van de globalisering is voorbij (het wegvallen van de grenzen, het onbeperkte reizen naar verre oorden, de schaalvergroting, het grenzeloze kapitaalverkeer). Ook degenen die gewend waren om heel triomfantelijk al dat moois toe te juichen, ook die mensen kunnen nu niet anders dan eindelijk hun ogen openen voor de schaduwkant van de globalisering.

De wereld is zo klein geworden dat een crisis ergens ver weg zich razendsnel verspreidt over de aarde. Met nu een tot voor kort onvoorstelbaar fenomeen: over de hele wereld dragen we mondkapjes. En nog akeliger: daarachter zijn al de voortekenen zichtbaar van de omvang waarmee een immense klimaatramp zich aan ons aan het openbaren is. Te erg om aan te denken. Ook nu al zijn velen doodsbang voor de ongekende hoeveelheid klimaatvluchtelingen die in de nabije toekomst op onze deur zullen kloppen.

Wat we liever niet willen weten is dat de corona-misère een peulenschil is, vergeleken met wat ons te wachten staat. De Zweedse hoogleraar Johan Rockström van het klimaatinstituut in Potsdam geeft een idee wat er moet gebeuren als we ons zouden houden aan wat we in 2015 beloofd hebben:

„Kijk wat de coronacrisis doet met het klimaat. De hele economie is ingestort, fabrieken zijn stilgelegd en mensen zitten opgesloten in hun huizen en de verwachting is dat de uitstoot aan het eind van het jaar met 5tot 8 procent is gedaald. (…)
„Maar om te voldoen aan het klimaatakkoord van Parijs moeten de emissies tot 2050 ieder jaar met 5 tot 8 procent dalen.”

Ieder jaar! Dus 30 jaar lang dezelfde economische neergang als nu! Niet moeilijk om je voor te stellen hoezeer een dergelijke malaise het voortbestaan van onze democratische rechtsorde in gevaar kan brengen. Dus dan maar liever, zolang het kan, met z’n allen de kop in het zand, onder het motto: wat we niet zien of voelen, dat ís er niet!
Maar als dan tóch ooit het klimaat op volle toeren mocht gaan losbarsten en ook in óns land de pleuris uitbreekt, wie is dan bij machte om de paniek te temperen en de radelozen alsnog in het gareel te krijgen?

De paniek zal des te groter zijn, wanneer mensen onvoorbereid zijn en niet beter weten dan met de gemakken en ongemakken van hun vertrouwde levens de klimaatgruwelen tegemoet te treden. Men zegt dat regeren vooruitzien is. Maar de blik van onze politici reikt zelden verder dan 4 jaar.
Problemen die zo zwaar zijn, zo moeilijk aan te pakken dat de kans van slagen op korte termijn klein is en je er dus geen goeie sier mee kunt maken, zal je liever doorschuiven naar een volgend kabinet.
Zo werkt het systeem. Het wakkert korte-termijn-denken aan. En juist dát is met het oog op het klimaat funest. Zo worden steevast de grootste problemen en de grootste gevaren voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde onder tafel geveegd.

Dat politici hun oren laten hangen naar de lobbyisten van de grote bedrijven, is maar het halve verhaal. Want zo gauw een politicus (of die nu links of rechts is) werkelijk tot zich zou laten doordringen welke impact de klimaatcrisis de komende 50 jaar op ons leven zal hebben, zal hij onmiddellijk beseffen dat hij niet langer serieus genomen zal worden in Den Haag. Hij zal meteen weten dat hij zijn carrière als standpunten-machine binnen een relevante politieke partij voortaan op z’n buik kan schrijven. Daar hoeft geen lobbyist aan te pas te komen!
Niettemin: dat we verkiezingen kennen met stemhokjes en geheimhouding, dat er een parlement bestaat, is een groot goed.
Maar de democratische rechtsorde bestaat uit méér dan dat alleen. Gezien vanuit politieke partijen is de maatschappij een soort blokkendoos, waar iedereen in z’n eigen hok, z’n eigen soort mensen, z’n eigen partij of bubbel, afgescheiden van al die andere hokken, blijft zitten en vanuit daar de kansen gaat aftasten, gaat manoeuvreren en marchanderen, om zo tot een of ander compromis te komen met iemand die in een ander hok zit.
Zo werkt het doorgaans: op de manier van het zakendoen, elkaar benaderen alsof we in wezen niks met elkaar te maken hebben.
Maar als de nood aan de man is, werkt ‘business as usual’ niet meer. Dan zijn we op elkaar aangewezen. Kaarten worden opnieuw geschud. Oude scheidslijnen tellen ineens veel minder. Oude vriendschappen verdwijnen, nieuwe ontstaan. Kortom: in een noodtoestand vinden mensen elkaar op een heel andere manier. Dan gaat het er niet langer om of verschillende mensen dezelfde ‘mening’ hebben over het een of ander, maar om de vraag wat ze voor elkaar, en voor de publieke zaak over hebben. Hartstocht voor het algemeen belang. Offers die men bereid is te brengen. Karakter, moed, standvastigheid, maar ook de soepelheid, de inventiviteit, creativiteit en niet te vergeten: het vermogen om in barre tijden je goede humeur te bewaren en een gezonde dosis humor te behouden. Dit is óók politiek, maar op een heel ander niveau. Beide hebben bestaansrecht, maar essentieel is dat men – wanneer nodig – tijdig kan omschakelen.

We hebben nu een klimaat-noodtoestand. Dan is het moment aangebroken voor die politiek in de tweede graad. Gezien vanuit de koker van de partijpolitiek gaat het bij klimaat om opinies, botsende meningen. De veelgeroemde vrijheid van meningsuiting. Maar niet alles wat mensen uitdrukken is een mening. Een liefdesbetuiging is geen mening over iemand, maar een kwestie van geraakt zijn en je hart openen. Het kind dat niet kan slapen omdat het denkt dat er spoken zijn, verkondigt geen mening. En iemand die iets wil ondernemen, onderscheidt zich niet zozeer door z’n mening, als wel door z’n instinct, een zeker lef en daadkracht. En zo is het ook met het klimaat. Ook hier heb je de wereld van de meningen, en de wereld van het doen. Een mening is iets wat je hebt, maar een overtuiging heeft te maken met hoe je bent.
Er zijn mensen die zeggen dat ook zij zich zorgen maken over het klimaat, maar aan hun toon hoor je al dat het een mening blijft; kortom: iets dat niet is geaard, niet geworteld in de persoon zelf. Het blijft een uitwendige aangelegenheid. En precies dat wortelen, het laten indalen van de klimaatcrisis tot in al je vezels, dat maakt het verschil.
Daarin verschillen de mensen van Extinction Rebellion van de vele anderen die zich weliswaar ook zorgen maken om het klimaat, maar toch liever netjes binnen de lijntjes blijven. Zeker, een mening kan een overtuiging worden die geworteld is, maar dat gebeurt pas als je je angst en je bezwaren, bedenkingen tegen dit of dat en die hele waslijst praktische belemmeringen overwint. Als je je samenpakt en de moed bijeenraapt om iets te doen waarvan je tevoren nooit zou hebben gedacht dat je het zou doen: namelijk met een rein geweten, ja zelfs met een diepe vreugde van binnen, samen met anderen de wet overtreden om uit alle macht en dwars tegen allerlei mooie opinies in, te demonstreren op een plek die jezelf hebt uitgekozen; en zo de orde der zelfgenoegzamen in te peperen dat ze bestaat uit een stelletje lamstralen die bezig is om de publieke zaak, het algemeen belang, schaamteloos te laten verkwanselen. Dat gaat niet zonder schrammen op te lopen, en lukt niet als je per sé je glimlachende verkopersgezicht wil blijven opzetten.

Dan zien we Greta Thunberg voor ons, met haar: “I want you to panic!”.
Weg met de valse geruststellingen die kinderen willen verzekeren dat het allemaal wel zal meevallen. Haar woede komt van diep, want ze doorziet het spel dat haar wordt voorgespiegeld: de schaamteloos aanmatigende manier om de beschermende ouder uit hangen, terwijl men zelf als volwassene niet eens in staat is de eigen paniek onder ogen te zien. Op iemand die écht geen paniek voelt, ketst alles af. Op zo iemand kun je niet kwaad worden. Dat kun je slechts op iemand die de grote meneer of mevrouw uithangt, terwijl hij of zij in werkelijkheid te laf is om zijn of haar eigen angst en verdriet te tonen, noch aan anderen, noch aan zichzelf. De meest trieste leugen is die waarmee men zichzelf bedriegt en om de tuin probeert te leiden.

Neem de klimmaat-ontkenners. Die heb je in vele varianten. De meest lompe, zij die botweg ontkennen dat er iets aan de hand is; daar hoeven we het niet over te hebben. Interessanter zijn de mensen die roepen dat het klopt dat de wereld naar de knoppen gaat, maar dat dat niks te maken heeft met onze manier van leven. Klimaatgekkies zoals wij, zouden dan eerst maar eens moeten aantonen dat hier sprake is van een causaal verband. Nou, dat gaat nooit lukken, want bij het klimaat is alles met elkaar verweven. Hier laten zich geen variabelen isoleren. Men denkt dan het punt gescoord te hebben. Maar er is hier iets merkwaardigs aan de hand. Net als wij, zouden ook déze mensen niet meer gerust zijn op een eeuwig voortduren van het leven op aarde. Maar áls dat zo is, zou dat dan ook niet bij hen een enorme schok teweeg moeten brengen, ongeacht de vraag of dat te maken heeft met onze manier van leven? Maar die schok, of gevoelens van verdriet en rouw die je zou verwachten bij mensen die ineens, in alle onschuld, getroffen worden door een groot ongeluk, juist díe schok, die zien we bij deze mensen niet!
Nou, dat kan maar één ding betekenen: men kan zich blijkbaar niet voorstellen dat men zelf ooit de pineut zal zijn. Men gokt erop dat het steeds anderen zullen zijn die ten onder gaan, terwijl men zelf de dans ontspringt.
De klimaatramp zal geen Big Bang zijn, maar ons geleidelijk in haar greep krijgen. Voordat het ons raakt zijn we eerst nog een tijd de toeschouwers van de ellende van anderen, liefst ergens ver van ons vandaan. Maar: hoe langer we blijven doorgaan met toekijken, hoe zwakker we van binnen zullen worden. Ons wereldje zal steeds benauwder en bekrompener aanvoelen, en wij zelf steeds miezeriger. Steeds maar wegkijken, is dan wat overblijft. Democratie van en voor de angsthazen.

Daarom is onze klimaatrebellie ook een existentiële opstand.
Opstaan tegen de stupide lichtzinnigheid en de welbewuste kortzichtigheid, tegen de benepenheid en de leugenachtigheid.
In actie komen, dat doen we niet alleen om mensen wakker te schudden en hun ogen te openen voor wat er aan de hand is, maar ook om, dwars door alle negativiteit heen, in onszelf ruimte te maken voor een leven dat de moeite waard is en waar niemand wordt buitengesloten, zodat we in onze diepste grond nergens bang voor hoeven te zijn.
Rouw en verdriet om de extinctie; maar ook: dankbaarheid en levensvreugde als voedingsbodem voor de rebellie!
Want: ziekte, verminking of doodgaan, dát is geen schande.
Maar je hardnekkig blijven vastklampen aan een miezerig leven vol leugenachtige illusies is dat wél!

En wat mijzelf betreft: als mijn overtreding met een fikse straf gepaard gaat, laat het dan geen geldboete zijn, maar een heuse hechtenis.
Ik ben 65 en heb makkelijk praten vergeleken met iemand die nog een heel leven voor zich heeft. En hechtenis kan een manier zijn, om ergens bij stil te staan, bij al die keren dat ik zelf heb weggekeken toen anderen getroffen door klimaatrampen.

Bovendien een leuke bijkomstigheid voor XR: zowel bij vrijspraak als fikse straf zal onze klimaatstrijd alleen maar sterker worden; maar in het laatste geval zullen al die verongelijkten die haast stikken van zelfmedelijden niet gauw kunnen zeggen dat wij voorgetrokken worden, en al die anderen die wél van goede wil zijn, worden door onze inzet wellicht geprikkeld om zich niet langer in de eerste plaats af te vragen wat de kans van slagen is, maar wat er nodig is, wat er gedaan moet worden om jezelf en anderen recht in de ogen te kunnen blijven kijken.

Dank voor uw aandacht.

Frans Winkens,

wiskundedocent te Nijmegen